Wat altijd sterk zijn: wat doet dat met je zenuwstelsel.
Veel mensen zien sterk zijn als een kwaliteit. Je zet door, zorgt voor anderen, neemt verantwoordelijkheid en klaagt niet. Maar altijd sterk moeten zijn, heeft ook een keerzijde.
Je zenuwstelsel is namelijk niet gemaakt om voortdurend "aan" te staan!
Zestien jaar lang was ik degene die alles draaiende hield. Ik zorgde voor mijn chronisch zieke partner, voedde mijn kinderen op en runde een eigen bedrijf met personeel.
Ik was sterk. Tenminste, dat dacht ik.
Ik ging door, regelde alles en zette mezelf altijd op de laatste plaats. Want er waren mensen die mij nodig hadden. En dus bleef ik geven, zorgen en doorgaan.
Tot mijn lichaam niet meer kon.
Wat ik toen nog niet wist, is dat ons zenuwstelsel niet gemaakt is om jarenlang in de overlevingsstand te leven. Als je continu sterk moet zijn, staat je lichaam voortdurend ‘aan’. Je bent alert, verantwoordelijk en altijd bezig met wat er nog moet gebeuren.
Op een gegeven moment wordt die staat van paraatheid je nieuwe normaal.
Je voelt je moe, maar kunt niet ontspannen. Je hoofd staat nooit uit. Je bent snel overprikkeld, emotioneel of juist helemaal leeg. Je lichaam geeft signalen, maar je hebt zo lang geleerd om door te gaan dat je ze nauwelijks nog hoort.
Dat is geen zwakte. Dat is een zenuwstelsel dat al veel te lang te veel heeft gedragen.
Voor mij begon het herstel toen ik besefte dat ik niet nóg sterker hoefde te worden. Ik moest leren vertragen. Luisteren naar mijn lichaam. Veiligheid terugbrengen in mijn zenuwstelsel en ruimte maken voor mezelf.
Want echte kracht is niet altijd sterk zijn.
Echte kracht is erkennen dat je ook zorg, rust en aandacht nodig hebt.
Misschien ben jij ook al heel lang degene die alles draagt. Dan wil ik je dit meegeven:
Je hoeft het niet langer alleen te doen.
En je hoeft niet eerst om te vallen voordat je voor jezelf mag kiezen.
Reactie plaatsen
Reacties